Niet meer meedoen is geen optie

Mag ik ook een miljoen volgers? Mag ik al die volgers dan vragen of ze asjeblieft mee blijven doen? Zodat alle mensen die al maanden ‘opgesloten’ zitten in hun huis, niet zelf meer naar de winkel durven, geen bezoek durven ontvangen, geen bezoekjes af durven leggen (zelfs niet aan hun hoogbejaarde ouders), hoop kunnen blijven houden dat ze binnen afzienbare tijd niet meer binnen hoeven te blijven en wel weer bezoek mogen krijgen? #ikdoenogsteedsmee #ikdoenietmeermee ?

Mijn moeder is 85 jaar, woont in een zorginstelling, en we hebben elkaar al sinds de uitbraak niet kunnen en mogen zien. Wij missen elkaar. Meer dan je beseft. Het idee dat ik haar afgelopen januari misschien wel voor het laatst gezien heb is onverdraaglijk, maar ik moet het wel verdragen.

Mijn dochters heb ik gelukkig vorige maand gezien. We hebben geluncht ergens op een buitenplaats met heel grote banken zodat we heel ver bij elkaar vandaan konden blijven, zonder dat we elkaar konden knuffelen of zelfs maar aanraken. We hadden een tijdlimiet van 3 uur. Toen het na twee uur ging regenen moesten we daar weg, zij naar respectievelijk Leiden en Rotterdam, ik gewoon hier in Hengelo. Binnen bij het restaurant was geen ruimte genoeg. Wij missen elkaar. Meer dan je beseft.

Vandaag is mijn huisgenoot jarig. Zijn bejaarde vader wil heel graag op bezoek komen, samen met een broer van mijn huisgenoot, maar dat durf ik niet aan. Voor hem dus geen feestelijke dag, voor zijn vader geen gelegenheid zijn oudste zoon te zien op deze voor hem bijzondere dag. Zij missen elkaar. Meer dan je beseft.

Vandaag is ook mijn oudste dochter jarig. Ze viert dat graag met vrienden en vriendinnen. Haar vader gaat meestal wel even langs voor koffie en een stukje taart. Ik woon te ver weg, even heen en weer zit er niet in, maar ik gun haar een feestelijke dag. Zij mist haar visite. Meer dan je beseft.

Begrijpen die mensen die niet meer meedoen wel wat de gevolgen zijn van hun statement? Ik snap best dat jongeren feestjes willen vieren. Dat ze hun vrijheid willen. Dat ze deze regels onverdraaglijk vinden. Maar denken ze dan dat niet-meer-zo-jong-eren geen feestjes willen vieren? Geen vrijheid willen? De regels niet onverdraaglijk vinden? En juist die niet-meer-zo-jong-eren zijn kwetsbaar en hebben minder tijd over om deze feestjes, die vrijheid in te halen.

Ik hoop dat ik iedereen die dit leest ooit in het echt kan ontmoeten. Dat we elkaar dan kunnen omhelzen, handen kunnen schudden, praten terwijl we elkaars mond kunnen zien, niet op anderhalve meter hoeven te blijven. #ikdoenogsteedsmee #nietmeermeedoenisgeenoptie

Gezinnetje

Onder de schoonmaakmiddelenplank in het toilet woont al heel lang onze huisspin Gaby. Soms zit ze onderaan bij de tegeltjesvloer, soms maakt ze een uitstapje naar het plafond en soms loopt ze een rondje over de deur, maar ze gaat altijd terug naar het hoekje aan de rechterkant onder het plankje. Als ik op mijn gemak zit daar, kijk ik altijd een poosje naar haar verschillende bezigheden. Ze weeft wel eens een ragje of wat, wiebelt ook regelmatig zomaar wat met haar superslanke, elegante spinnenpoten, maar meestal zit ze vrij onbeweeglijk alleen maar zo’n beetje te suffen.

Een tijdje geleden zag ik opeens nog een spin. Zelfde bouw, maar een paar maatjes kleiner. Ik vroeg me af of Gaby een vriendje had, dat zou wel gezellig zijn voor haar. Er was in ieder geval wel een klik tussen Gaby en het vriendje. Ze leken nogal om elkaar heen te hangen en soms zag ik ze echt naar elkaar kijken. Helaas, na een paar dagen was het vriendje verdwenen. Ik weet zeker dat hij niet in de stofzuiger terecht gekomen is, want ik heb dat ding al een poosje niet aangeraakt.

Vorige week zag ik iets geks aan Gaby. Het leek alsof ze haar hoofd verloren was en dat haar koppie een paar millimeter verderop in haar ragje hing. Ik heb er niet veel aandacht aan besteed, spinnen doen wat spinnen moeten doen en als het hoofd verliezen erbij hoort, so be it. Later leek ze toch weer gewoon een complete spin. Tot ik vanavond weer eens op mijn gemak zat en Gaby begroette en bekeek. Dat bolletje, waarvan ik even gedacht had dat het haar bolletje was, blijkt een klein kluwentje spinnetjes geworden te zijn. Piepkleine baby’s van Gaby en vermoedelijk het op mysterieuze wijze verdwenen vriendje. Met aandacht heb ik toe zitten kijken hoe Gaby heel voorzichtig met haar poten de baby’s voorzichtig leek te aaien, zelfs met haar (gelukkig nog vastzittende) kopje kusjes leek te geven. 

Ik denk dat ik maar eens ga zoeken naar een ander plekje in huis voor het spinnengezin, want binnenkort komen er werklui het toilet vernieuwen. Dan moet het schoonmaakmiddelplankje er uit en dat zou een ontijdig en ruw einde betekenen van mijn huisspingezin.

Spelletje

Jaren geleden ben ik begonnen met een online spelletje te spelen. Dat was in de periode dat ik tijd genoeg had om me te vervelen. Eigenlijk is het best een dom spelletje. Je kunt er niet veel, behalve van alles bouwen, leeg laten lopen, zoeken en weer opnieuw bouwen, of avonturen spelen met generaals en vechtersbazen in soorten en maten tegen boeven in allerlei soorten en maten die in vijandige kampjes zitten. Ik heb me laten verleiden door de naam en de plaatjes in de introductie. Die deden me denken aan een computerspelletje dat ik graag speelde. Helaas hield de overeenkomst op bij de plaatjes. Voor wie het graag wil weten, het heet The Settlers Online.

Begon ik met dit spelletje op een Nederlandse server, al snel vond ik dat er nog meer verveeltijd te verslaan was, dus maakte ik op een Engelse server ook een account aan. Daar kon ik iets sneller spelen omdat ik natuurlijk al wat ervaring had. Het was in het begin ook best leuk, er viel genoeg te ontdekken en er waren regelmatig speciale evenementen, waarbij je bijzondere generaals, gebouwen of andere meer of minder nuttige dingen kon verdienen. Die evenementen vergen wel veel aandacht en tijd, meer tijd dan ik te vervelen had. Vaak duurden ze een paar weken en dan was het zaak om zoveel mogelijk ‘online’ te zijn, zodat je alle queestes kon doen en zoveel mogelijk speciale items kon bemachtigen. Daardoor leek het of er tussen de evenementen door extra verveeltijd kwam, dus ach, ik kon er nog wel een server bij nemen. Een Duitse. Wat haalde ik me in mijn hoofd en op de hals? Nou, nog meer verveeltijd. Dus nog een server. Een Amerikaanse.

En nu lijkt mijn jaar beheerst te worden door de verschillende Settlers-evenementen. Er is een Valentijnsevenement, een Paasevenement, een Voetbalevenement, een Verjaardagsevenement, een Halloweenevenement en een Kerstevenement. Als er even geen evenement is, bedenken de jongens van Settlers wel een Speciale Missieperiode. Op dit moment is het Verjaardagsevenement aan de gang. En nou ben ik het zó zat! Ik heb geen vrije minuut meer, ‘moet’ alsmaar bouwen, slopen, vechten, tellen, aanklikken of zoeken. Er komt geen creativiteit aan te pas, behalve bij de inrichting van je stukje land, je kunt met gebouwen en veldjes schuiven.

Ik speel dus met gróte tegenzin. Ik zit mopperend avonturen te starten op vier verschillende servers, fronsend items aan te klikken op die vier landjes, ongeïnteresseerd handel te drijven om kaarsen of cakebeslag te krijgen, op de automatische piloot taarten te maken van die kaarsen en cakebeslag en ondertussen ligt er allerlei leuk haakwerk(loos), schieten er verhaaltjes, leuke woorden of zinnetjes door mijn hoofd en rammelt mijn maag. Waarom speel ik eigenlijk nog steeds? Nou… mijn partner speelt dit spel ook en is geneigd nog harder te mopperen tegen mij als ik niet speel dan ik tegen mezelf als ik wel speel. Peer pressure heet dat geloof ik. Toch ben ik een keer in opstand gekomen. Ik speel niet, echt nu niet en nooit NIET op de Franse server! Daar moet hij het maar alleen oplossen *grijns*

Generatieravijn

10-08-2020

Ik zat zojuist buiten te genieten van de zon, toen het buurjongetje van 4 en een vriendje van dezelfde leeftijd bezit gingen nemen van het zwembad in de tuin van de buren. Een plons, nog een plons, ze waren ‘door’. Normaal begin van de waterpret dus. Maar toen…

“We hebben 5 leffels, ja?”

“Nee, 10.”

“Eerst 5, dan 10.”

“Oké”

Een paar minuten gespetter, gekwebbel, geplons, en dan opeens: “joer ded!” 

“Oh… maar ik heb nog foor laifs over toch?”

“Ja, ik nog faif en na toe kils heb ik een levelup.”

“Nou, maar nou gaan we verder en dan kil ik jou, oké?”

Weer een poosje spetteren en plonzen, en “peng peng”, en “pieeeeeew”, en buurman die roept dat ze niet zo hard moet springen want dat al het water eruit gaat en dat hij niet meer bij gaat vullen. 

“Ja, ja, ik heb je nog een keer gekilt!”

“Nooooo, dat is niet eerlijk, het was maai turn!”

“Nou moet je poosjun nemen, dan kan ik je weer killen. Stend up.”

“Echt nie, ik doe niet meer mee.”

“Waai not?”

“Joe sjiet!”

“Wat een kereltje ben je toch.”

Huh? Wat? Mijn hersens draaien op volle toeren, ik herken dat spel niet. Onze spelletjes in het zwembadje waren spetteren, je hoofd zo lang mogelijk onder water houden terwijl vriendinnetje of zusje telde, en met gietertje en emmer water verplaatsen van badje naar tuin.

Natuurlijk snap ik het wel. Wat zich afspeelt bij de buren is een computergame (zo te horen een first person shooter), verheven tot een real live spel met kleine jongetjes en een groot bad vol water.

Is dit nou een ‘generatieravijn”?

Mijn vader zei altijd…

Hé ma!

De Hema dreigde voor de zoveelste keer te verdwijnen. Dat kan niet, dat mag niet. Mijn herinneringen aan de Hema mogen toch geen archiefstukken worden? Nog steeds als ik die naam in rode letters zie staan, ruik ik de allereerste keer dat ik binnen was bij een Hema. Dat zal in Den Haag geweest zijn, daar ging je statten als je in het Westland woonde. Alle grote warenhuizen bij elkaar: Vroom & Dreesmann voor schoolspullen, C&A voor kleren, De Bijenkorf om je te vergapen aan de etalages en de Hema voor ondergoed, babyrompertjes, warme worst en schrijfwaren. We gingen niet zo vaak, natuurlijk niet, want statten kostte altijd meer geld dan je dacht. Als we gingen, was het wel bijna een dagje uit, dat dan weer wel. Met de WSM van het Vaartplein in ‘s-Gravenzande naar de Varkenmarkt in Den Haag en dan lopend langs de vishandel waar je lekker kon griezelen bij de levende palingen die in bakken voor het raam spartelden, naar de Grote Marktstraat waar het winkelen kon beginnen.

WSM bus op het Wilhelminaplein in Naaldwijk

Ik weet niet meer precies wanneer, maar eind jaren zestig of begin jaren zeventig kwam de Hema dichterbij. Het was wereldnieuws in het Westland, een Hema in Naaldwijk! Voor warme worst kon je er in het begin niet terecht geloof ik, maar wel voor ondergoed, babyrompertjes en schrijfwaren 😉 En ik mocht al vrij snel na de opening met mijn vader mee om te gaan kijken. Of er echt een ander doel was dan dit wonder te aanschouwen kan ik me niet herinneren, maar wat ik nog wel weet is dat ik achterop de brommer mocht bij mijn vader en dat we de winkel helemaal gezien hebben, ook de eerste etage die volgens mij met een roltrap te bereiken was, maar van waar je moest nederdalen via een gewone trap die ergens achteraf verstopt zat.

Op die eerste etage bevond zich onder andere de schrijfwarenafdeling en toen gebeurde het mooiste van die hele dag: ik mocht iets uitzoeken, een zomaar totaal onverwacht cadeautje! Het werd een dagboek, hemelsblauw met gouden versiering voorop en een heus gouden slotje! Ik heb altijd schrijversaspiraties gehad, dus dit was de kans om mijn enerverende leven te gaan beschrijven. Dagelijks een blaadje vol met de spannendste gebeurtenissen uit mijn leven, dit móest wel mijn eerste meesterwerk worden. Zo’n dagboek dat elke uitgeverij graag zou willen uitgeven en waarvan iedereen zou zeggen: “knap hoor, zo’n jong meisje en dan al zo volwassen schrijven!”

Ik bleek niet zo’n trouwe schrijver te zijn. Al na drie of vier dagen vergat ik mijn belevenissen op te schrijven, om na een week of twee het blauwe boekje weer te zien liggen en dan maar interessante, nooit beleefde dingen te bedenken voor de ‘vergeten’ dagen en dat herhaalde zich regelmatig, met steeds langere tussenpozen.

Het zal jullie niet verbazen dat het dagboek nooit vol gekomen is…

Losse gedachten bij een stortbui die onze tuin blank zet

Melkdistelpluis, genomen voordat het regende
  • Zij die slome slakken wel snel genoeg om een droog heenkomen te hebben gevonden?
  • Zo niet, hebben hun huisjes dan waterschade?
  • Als ze waterschade hebben, zijn ze daarvoor verzekerd?
  • De droogrekken zijn inmiddels natrekken.
  • Hoe doen mieren dat als er een vijver boven hun deuropeningen is ontstaan?
  • Lopen hun gangetjes vol met water?
  • Kunnen mieren eigenlijk zwemmen?
  • Wat heeft hout toch een mooie kleur als het nat is!
  • Komt een werkloze gieter in aanmerking voor een uitkering?
  • We hebben een natte markies.
  • De frambozen die al rijp waren zijn tot moes gegeseld door die bui.
  • Het koelt wel fijn af nu.
Bij in frambloempje

Dominosteentje

Negen

Als ik goed geteld heb, zijn we toe aan het negende steentje. Ik vermeldde gisteren al dat het op de post was gegaan en vanmiddag kreeg ik een berichtje van de ontvanger dat ze een pakje gekregen had en dat ze dat superlief vond. Weer een goed gevallen steentje dus. Het ging hier om de dochter van de moeder die eerder al een kaart/steentje gekregen had met een sterkte- en beterschapswens omdat ze geopereerd was.

Alleen een beetje jammer dat die dochter het verrassinkje kreeg op de verjaardag van haar man, maar ik wist niet dat hij dus ook best een kaartje had mogen ontvangen. Nou ja, leermomentje: volgende keer ook de verjaardagen van de partners noteren…

Roze olifantje en hartjes voor onder de riem

Het domino-effect en meer

Een gewone donderdag in juni

Sinds eind februari dit jaar Dierenpark Amersfoort even in het nieuws was bij Hart van Nederland in verband met de drachtige olifant Indra, volg ik de kudde daar via de webcams die in en buiten het verblijf hangen. De live stream daar beschikt over een chat en als vanzelf ben ik mee gaan chatten. Op deze manier leerde ik mensen kennen met wie er een (buiten)band is ontstaan. Een paar van deze mensen zijn me heel dierbaar geworden en omdat we in de huidige virustijd allemaal, maar sommigen iets meer dan anderen, een steuntje kunnen gebruiken, ben ik begonnen met olifantjes haken. Eerst één voor iemand die heel veel over olifanten weet en waar ik veel van geleerd heb. Toen één voor een meisje in een vrouwenlichaam dat opeens geen bezoek meer mocht ontvangen en bovendien heel bezorgd was om het ongeboren kalfje en om Indra. Kort verhaal lang: er zijn nogal wat haaksels verhuisd naar allerlei plaatsen in Nederland.

Olifantje voor Alice

We zijn inmiddels met een hecht groepje en we leven innig mee met elkaars wel en wee (excuus voor het rijm). Toen de moeder van één van ons opgenomen werd voor een moeilijke operatie maakte ik een kaartje met klavertjes vier en vlinders voor die moeder en stuurde dat op. Zij was er blij mee.

Een andere lieve chatter met een eigen wijsje had een heel moeilijke periode, dus die had dringend een paars olifantje nodig. Zij werd er blij van. Fantanja is al meegeweest naar Aquazoo Leeuwarden, die kijkt voor mij goed rond in alle dierentuinen. Niet vertellen tegen dat lieve liedje, maar ik heb er een spionnefantje van gemaakt en het werkt, ik krijg honderden foto’s te zien.

Liedje, scooty en fantanja (dat paarse achterop)

In het geval van deze chatbox gaat het weer op: hoe later op de avond, hoe schoner volk. Er zit een soort nachtfilter ingebouwd, waardoor de liefste mensen over het algemeen ook de laatste (als in laat, later, laatst) zijn. De gesprekken in de nacht zijn vaak intiem, of hilarisch, of emotioneel, of ontboezemend. Toen ik mensen mijn kinderboek aansmeerde, waren er een paar (ik noem hun namen niet, want ik weet niet of ze het willen weten) die er zelfs geld voor over hadden.Voor een gemaild PDFje nog wel! Ik werd er blij van!

Hun enorme gulheid stelt me in staat nog meer olifantenliefde te verspreiden. Toen er nog een lieverd wilde betalen voor dat boekje, heb ik haar gevraagd dat geld aan iemand te geven die ook heel hard iets lekkers/leuks/liefs nodig had. De eigen wijze lieverd heeft het bedrag verdubbeld en opgestuurd namens haar en mij en de ontvanger denkt dat ze er sushi van gaat eten, maar weet het nog niet zeker. Ze werd er blij van. En herkenbaar toch, iets uit mogen geven en dan alle mogelijkheden overwegen? Bij mij blijven cadeaubonnen daarom vaak heel lang onuitgegeven, zo heerlijk om te weten dat je nog iets mag kopen!

Briefje voor Wilma
Kaartje voor Wilma

Dat zelfde wijze liedje had mijn boekje allang ontvangen (echt, ik stuur dat ding rond alsof het ’n folder van de Zeeman is), maar besloot dat zij er dan ook voor wilde betalen. Dat heb ik haar ten strengste verboden en ze zei “oké”. Wat ze wel deed was een boeket bestellen en laten bezorgen bij de dochter van de moeder die geopereerd was, zó lief! De dochter werd daar blij van.

Ik zei al dat de nachtelijke gesprekken soms heel intiem worden. Zo intiem, dat ik zelfs ter sprake bracht dat mijn zorgapotheek plotseling niet het goede incontinentieverband gestuurd had, omdat het (hopelijk tijdelijk) niet leverbaar is. Het eigen liedje en een dame met een pirrhanja als vogel boden aan me te helpen en een pak van mijn vertrouwde merk te sturen. Onzin, zo erg zijn die tafellakens nou ook weer niet, dat ik iemand anders een bult verzendkosten ga laten betalen om een ander merk op te sturen. En toen..

… stond ik vanmorgen in de keuken, net wakker, nat hoofd, toen er op het keukenraam geklopt werd. PostNL. Een pakje voor mij. Leukleukleuk! Ik ben opgenomen in de dominoreeks! Het pakje voelde… tja… wat onherkenbaar aan. Een beetje zacht, maar niet zacht genoeg voor bolletjes garen, en verder kon ik helemaal niks bedenken. Nou ja, ik zal de foto laten zien…

Tenahahahaha

Of ik hier blij van werd? Ik heb zó hard gelachen dat ik dacht: O o, mijn gevoelige blaas! Als ik naar de foto kijk lig ik weer dubbel. Ja, ik werd er blij van.

En vanmiddag is het volgende domino-blokje op de post gegaan om hopelijk iemand blij te maken. We zullen doorgaan!

Ik spoor wel!

Lente 2004

Op gevaar af dat ik half forenzend Nederland hoog de (spoor-)bomen injaag, wil ik toch een lans breken voor het reizen per trein.

Vanavond trof ik het weer. Ik mocht voor de prijs van een rit die normaal gesproken binnen anderhalf uur al voorbij is (Amersfoort – Hengelo), bijna twee en een half uur in zo’n prachtige, droge coupé zitten. Een meter of honderd voor station Wierden stond de trein opeens stil, midden in dit prachtige dorp. Vrij snel na deze onverwachte stop werd omgeroepen dat er om onbekende reden een sein op rood stond en dat er tot dan toe tevergeefs geprobeerd was contact te zoeken met iemand die wist wat er aan de hand was. Hoera, eindelijk kreeg ik de kans om op mijn gemak te genieten van het uitzicht. Links een boerderijtje, bomen in bloei, een slootje omzoomd door Hollandse kant, een paar koeien in de wei… het had slechter gekund! Juist toen ik zo’n beetje alle fluitenkruidjes, koeien en bomen bij elkaar had opgeteld, door 314 gedeeld en toen met 7 vermenigvuldigd, uit het hoofd, kwam de trein weer in beweging. Gelukkig nog niet op topsnelheid, zodat ik kon blijven genieten van een dit keer niet voorbijflitsend uitzicht. Hoewel ik zeker wist dat ik in een intercity zat, stopte de trein vervolgens op het station in Wierden. Beetje saai station. Ik vond dat plekje honderd meter ervoor boeiender.

Inmiddels waren de jeugdigen in de coupé per mobieltje contact aan het zoeken met het thuisfront om de vertraging aan te kondigen. Ook daar kan ik van genieten. Iedereen heeft zo zijn eigen manier van het vertellen van een dergelijke pech. Een meisje van een jaar of 20 belde haar vriend en zei hem maar vast de stad in te gaan omdat ze geen idee had hoelang de vertraging zou duren. Uit de voor de helft te volgen dialoog viel af te leiden dat ze niet zo heel vaak te maken had met NS-plagerijtjes. Het traject was haar kennelijk ook niet erg bekend, want ze kon niet bij benadering zeggen waar de trein zich op het moment bevond. Ze had wel honger, dat mocht ze toch wel zeggen? Al vanaf 18.30 u. onderweg en wie weet wanneer ze iets zou kunnen eten. Ze had een lief thuisfront. Haar vriend bood kennelijk aan voor een diner te zorgen, want zij bestelde Foe Jong Hai met nasi goreng; ik kreeg er ook een beetje trek van. Een tweede meisje van ongeveer dezelfde leeftijd was duidelijk meer geplaagd door de NS. Zij begon haar gesprek met:”Het is weer eens zover, we zijn er bijna, maar nog lang niet helemaal. We zijn vlakbij Almelo, maar met deze snelheid kun je Almelo wel omdopen in Utopia, even onbereikbaar. Kom me maar niet afhalen, ik neem de bus wel weer. En oh ja, ik heb wel honger, is er nog iets in huis?” De meneer achter mij, die met zijn zoontje een familiebezoekje zou gaan afleggen, belde de neef die hem niet af zou halen of die de neef die hem wel af zou halen maar waar hij het telefoonnummer niet van wist wilde laten weten dat hij het niet wist, de tijd van aankomst, vanwege een vertraging met een oorzaak die niemand wist. Hij wist trouwens wel waar we waren… in Twente, dat had zijn zoontje zojuist verteld want die zat terwijl zijn topografie te leren. En Twente ligt boven de Achterhoek en dat weer boven Salland. (Is dat zo? Ik zou het niet eens zeker weten, dat van Salland dan.)

De mevrouw die voor me zat kreeg de kriebels door al dat stilstaan. Eerst ging ze maar eens naar het toilet (hm, dat doe ik nou nooit in de trein, zo vies! Toch een minpuntje voor de NS), toen ging ze omgekeerd in haar bank zitten en begon een gesprek met mijn achterbuurman en mij . Ze klaagde erover dat het toch nooit zonder vertragingen kan bij de NS, dat je nooit hoort wat er aan de hand is, dat ze niet wist waar we waren, dat ze zich verveelde en dat ze hier helemaal gestresst van werd, maar dat hadden wij inmiddels al gemerkt. Positief als ik van nature ben, probeerde ik haar klachten te relativeren. Ik reis vrij vaak met de trein en ik denk dat ik gemiddeld misschien twee keer per jaar een echte vertraging meemaak. Okee, vertragingen van minder dan een half uur tel ik niet mee. En er was toch net omgeroepen dat het personeel op deze trein ook niet wist waarom dat sein op rood bleef staan? Dat is al heel wat, dan weet je tenminste dat je niet de enige bent die het niet weet. Dat ze niet wist waar we waren kon ik haar niet kwalijk nemen. Toen dat omgeroepen werd, zat zij net op het toilet en misschien is daar de omroepinstallatie iets minder duidelijk. Ik vertelde haar dus maar dat we vlak voor Wierden stonden. Aan die verveling waren we al iets aan het doen, praten namelijk, en tegen dat stressen helpt iets doen ook, dus daar waren twee klachten in één klap verholpen toch? Ze kon gelukkig wel lachen.

Inmiddels werd er omgeroepen dat er een ernstige sein- en wisselstoring was in Almelo en dat het nog onbekend was hoelang het zou duren voor we verder konden reizen maar dat er voorlopig nog geen schot in leek te zitten. Direct na deze aankondiging zette de trein zich weer in beweging (afgeschoten?) en werd er omgeroepen dat we zoals het er naar uitzag -zij het met aangepaste snelheid- toch verder konden naar Almelo. Die aangepaste snelheid kwam mij wel goed uit, zo kon ik blijven genieten van de vertraagd voorbijkomende weiden, bosjes en slootjes. Ik wist het al, maar nu werd dat weten nog eens bevestigd: Twente is de mooiste streek van Nederland en daar geniet je het meest van als je er per trein met de snelheid van een fiets doorheen kunt trekken. Ik vond het bijna jammer dat we na Almelo weer in normaal tempo verder konden. Van mij had die trein er op dat stukje wel een kwartier langer over mogen doen. Ik had nog 20 minuten voordat de bus van een uur later zou gaan…

Huisdieren te koop

Advertenties voor huisdieren vertrouw ik nooit zo erg, maar nu wil ik er zelf één zetten. Ik heb hier drie leergierige en ongetwijfeld getalenteerde beestjes. De één wil leren haken, hij komt regelmatig op mijn hand zitten om af te kijken, soms zelfs op de bewegende draad, waarschijnlijk om het katoengevoel te krijgen, en hij laat zich niet ontmoedigen. Een ander wil óf schrijver óf IT-specialist worden. Die zit steeds op mijn toetsenbord of op de rand van mijn beeldscherm mee te gluren. De derde is een barista in de dop. Koffiebekers zijn een uitdaging voor hem, lepeltjes de perfecte zitplaats.

Ze zijn bijzonder gesteld op mensen, wij worden ’s morgens enthousiast (iets té enthousiast misschien) door hen begroet. Dus: wie heeft belangstelling voor drie jongvolwassen huisvliegen die goed op te leiden zijn en helemaal naar uw hand gezet kunnen worden? Als niemand ze wil overnemen, vrees ik dat ze straks op straat liggen.