Zwijmelen

Een aantal weken geleden werd in de familie een muzikantje geboren. Tenminste, dat hij muzikaal is ga ik van uit. Zijn vader is zanger/gitarist/componist en zijn moeder is een symfonie van schoonheid, gratie en vriendelijkheid. Dit mooie jongetje, hun gezamenlijke compositie, heet Fender Rae. Ik was graag heel persoonlijk gaan feliciteren, maar dat is in deze tijd niet zo heel verstandig, dus ik heb een heel persoonlijk felicitatiekaartje gemaakt, er een heel lieve knuffel bij gehaakt en dat meegegeven met de heel geweldige oma van het heel kleine muzikantje.

Felicitatiekaartje

Kort daarna zag ik dat Remco, de zanger/gitarist/componist/vader, een prachtig nummer voor zijn zoon geschreven en opgenomen heeft. Misschien niet de doorsnee zwijmel, maar ik kan het niet laten het nummer met jullie te delen. Er zit zoveel soul in dit lied, en zoveel liefde, daar ga je vanzelf bij zwijmelen.

Ik heb toestemming van de ouders om de foto’s die zij speciaal voor mij gemaakt hebben aan jullie te laten zien. Hoe lief is dat 😉

Fender en knuffie
Fender zwijmelt bij knuffie 😉

Natuurlijk hoop ik stiekem dat het zijn lievelingsknuffel wordt 😉

Zwijmelen 05

Daar zit ik nou. Helemaal klaar om te gaan zwijmelen en opeens schiet alles weg. Geen idee wat ik wil schrijven over het nummer dat ik uitgekozen heb. Ja, ik weet wel iets, maar dat mag ik eigenlijk niet vertellen. Misschien lukt het me om heel omzichtig en wazig te blijven schrijven, zodat het net lijkt alsof ik niks verteld heb? Sommige mensen zijn daar heel goed in, die kunnen uren praten zonder dat je in de gaten hebt dat het in feite nergens over gaat. Best een uitdaging om dat zelf ook eens te proberen… en hopen dat er niemand gaat zeggen dat ik altijd al veel te lang over niks kan doorzeuren 😉

Even een aanknoopje vinden… kijk, daar is het al. Een knoopje. In een draadje. Ik ben aan het haken, draadjes dus! Niet zomaar iets aan het haken, maar een heel speciaal dekentje. Met alleen maar blije, positieve en liefdevolle gedachten er in want het wordt voor een heel speciaal iemandje. Tijdens het haken probeer ik alle geluiden om mij heen te vervangen door muziek die iets voor mij betekent: me blij maakt, herinneringen geeft, vrolijk maakt, waar voor mij veel hart en ziel in zit dus. Ik heb een lijstje met een aantal joetjoepjes en dat lijstje wordt bijna dagelijks aangevuld door mij en door iemand die weet voor welk speciaal iemandje het dekentje wordt, met wie ik veel herinneringen en muziek deel en die het met mij eens is dat er alleen maar mooie gedachten meegehaakt mogen worden.

Het bijzondere van het nummer waar ik vandaag bij zwijmel, is dat degene die nu intern zorgt voor het speciale iemandje en dat over een paar maanden ook extern gaat doen, deze muziek regelmatig afspeelt voor het iemandje. Toen ik zelf zorgde voor mijn eerste interne iemandje zijn de iemand met wie ik het lijstje aanvul en ik naar een concert geweest van deze in die tijd (en misschien nu nog wel) bekende groep. Dat eerste iemandje van hem en mij is een blij, sociaal iemand geworden en dat wens ik het nieuwe iemandje van harte toe.

Hehe, dit was een zware bevalling, maar ik geloof dat het me gelukt is superwazig en omzichtig te blijven.

O ja, het zwijmelnummer is Sultans of Swing van Dire Straits. Geniet!

Voor meer zwijmels kun je je hart ophalen bij

Tasja 

Zwijmelen op zaterdag

Crosby, Stills, Nash & Young

Zonder in al te veel details te treden wil ik een stukje van mijn leven delen. Ik ben opgegroeid in een klein dorpje (met stadsrechten, dat dan weer wel) in het Westland. Heel beschermd als oudste kind in een traditioneel arbeidersgezin: vader, moeder, een zusje en een broertje. Mijn vader werkte lange dagen, mijn moeder was chronisch ziek en lag vaak in het ziekenhuis, mijn zusje was veel schattiger om te zien dan ik en mijn broertje was een nakomertje, de lieveling van het hele gezin. Als oudste moest ik vanzelfsprekend de wijste zijn, mijn zusje mee laten spelen, met mijn broertje wandelen en vanaf tamelijk jong meehelpen in huis. O, niks heftigs hoor, ik heb beslist achteraf een mooie jeugd gehad, hoewel dat toen misschien niet altijd zo voelde. Eigenlijk nogal doorsnee. Daar zit een beetje de kneep, dat doorsnee… 

Ik was wat genoemd werd pienter en kon vrij snel lezen en schrijven. In mijn eerste rapport schreef de juf met uitroeptekens: Anja kan al een opstelletje schrijven!!! Lezen deed ik alles wat los en vast zat, van straatnaambordjes tot de overlijdensadvertenties in het kerkblad. Natuurlijk had ik boeken, ik kan me bijna geen andere cadeautjes herinneren uit die tijd dan boeken en er was een bibliotheekje van de Gereformeerde Kerk waar ik lid van heb mogen worden (en dat was best bijzonder, wij waren Nederlands Hervormd…). Mijn moeder hield ook van lezen en had veel boeken. Dat waren lange tijd natuurlijk verboden vruchten, maar hé, wat kan er nou voor raars zijn met woorden in boeken? Ik las dus van alles, ook dingen die ik niet echt begreep, maar die me hogelijk intrigeerden. Waarschijnlijk was ik daardoor een beetje pedant, vroegrijp maar tegelijkertijd supernaïef meisje, dat niks liever wilde dan die prins op het witte paard uit al die romans tegenkomen om met hem (zonder paard, ik heb niks met paarden) en een stel kindertjes oud te worden. “… en ze leefden nog lang en gelukkig”. 

Een maand voor mijn 16de verjaardag kreeg ik verkering met Hans. Vanaf de eerste zoen wist ik dat hij mijn prins was. Het enige ros dat hij had was van staal en dat vond ik een enorme opluchting. Geen gedoe met stallen en draven. Doordraven was meer mijn ding. Ik was semi-professioneel olifantenmaker – van muggen natuurlijk -, dreef graag over, had last van mezelf aangeprate fobieën zoals die voor spinnen, en kon belevenissen nét dat beetje extra geven als ik ze vertelde. Mijn zusje zou later zeggen dat ik nogal een drama-queen was… Hans en ik hadden dan ook niet echt een kalme en soepele verkeringstijd. We hielden van elkaar, dat was wél zeker. 

25 november 1980 was onze trouwdag. Koud, winderig, maar wat een prachtige dag! Allebei vanuit huis getrouwd, niet eerst samengewoond of zo, maar toen dus eindelijk samen in ons knusse huisje met een grote open haard, drie slaapkamers en een postzegelgroot plaatsje achter, in een autovrij straatje in Maassluis. Overdag werkten we, ‘s avonds genoten we van ons huisje en elkaar en in de weekends hadden we vaak vrienden over de vloer. Na een tijdje kwamen er twee katten bij ons wonen. In 1985 werd onze eerste dochter geboren, in 1989 onze tweede dochter. We waren een heel gelukkig, open en warm gezin. Maar… natuurlijk is er een maar. Opeens was het niet meer genoeg voor mij. Ik was niet ongelukkig, maar ook niet himmelhoch jauchzend. Niet ontevreden, maar ook niet helemaal tevreden. Niet helemaal overbodig, maar ook niet meer echt nodig, niet voor Hans in ieder geval, dacht ik. Ik scheurde ons gezinnetje in tweeën: Myriam verhuisde met mij mee naar Hengelo en Esther bleef bij Hans in Maassluis wonen. 

En nu… Als ik terugdenk aan die tijd is er een soort heimwee, een melancholiek gevoel dat die tijd als gezin definitief achter ons ligt. Een gevoel van schuld dat ik ‘ons’ verdeelde. Maar vooral een gevoel van dankbaarheid dat we het zo goed gehad hebben. 

De tijd in Maassluis is weer tastbaar voor mij als ik ‘Our house’ van Crosby, Stills, Nash & Young hoor…

Zwijmelen op zaterdag

Don McLean

Al in de tijd dat ik het jongetje met de traan op zijn wang, waarvan een ‘schilderij’ bij mijn tante boven de trap hing, en de illustraties in de boeken over Marjoleintje van het Pleintje zag als Kunst, en ik nog nooit gehoord had van Turner, Picasso of Manet, voelde ik trillingen in mijn wezen als ik werk zag van Vincent van Gogh. Vooral ‘Sterrennacht’, ‘Amandeltakken in bloei’ en ‘Zelfportret met verbonden oor’ konden mij blij maken of laten huilen. 

Toen ik in de zesde klas op de lagere school een kindvriendelijke versie van het levensverhaal van Van Gogh voorgeschoteld kreeg, leek het mij superromantisch om zo in armoede te leven en de mooiste kunstwerken te kunnen maken. Armoede, een getormenteerde ziel en talent hoorden kennelijk bij elkaar om zo’n beroemde schilder te worden. Ik tekende graag en best aardig vond ik zelf, dus wie weet zou ik dat ook ooit kunnen bereiken. Die armoede schrikte mij niet af, luxe bestond in ons gezin uit een krentenbol en een eierkoek in het weekend en onbegrepen zijn zou vanzelf wel voor die getormenteerde ziel zorgen.  Ik droomde graag groot.

Een beroemde schilder ben ik niet geworden, waarschijnlijk was mijn talent toch niet zo verbazingwekkend als ik dacht, maar ik geniet nog steeds van de schilderijen van Van Gogh en van zijn levensverhaal zoals vertolkt door Don McLean in de song die ik van begin tot eind mee kan zingen, met alle trillingen, uithalen, pauzes en intonaties die daarbij horen.

Geniet met mij mee van dit gezongen portret van Van Gogh.

Zwijmelen op zaterdag

Fleetwood Mac

Kennelijk zwijmel ik het makkelijkst aan het eind van de middag of begin van de avond. Ik wist vorige week al waar ik deze zaterdag bij wilde zwijmelen, maar het verhaal eromheen kreeg maar niet de juiste vorm. Nu, rust in huis want man is boodschappen doen en tv staat eindelijk uit, lijkt de sfeer opeens te komen.

Albatros, majestueuze vogel van zeeën en oceanen, van woeste wolken, blauwe luchten, kalme zee en schuimend water. Vrij, vrij als een vogel, vleugels uitslaan en zweven, eindeloos en schijnbaar moeiteloos zweven boven de ruisende golven…

Eindeloze zee

Zo vaak stond ik als meisje aan het einde van een strekdam in onze Noordzee, met tranen in mijn ogen starend naar de horizon en met mijn hele hart wensend dat ik kon vliegen, de grond los kon laten, me zorgeloos kon overgeven aan wolken, wind, ruimte. Geen touwtjes meer die mij lieten bewegen als een marionet, geen verwachtingen meer waarvan ik wist er nooit aan te kunnen voldoen, geen hartepijn meer om liefde die niet beantwoord werd, geen gedoe, gezeur, gehuil, gescheld…

Als het tij opkwam spoelden de golven om mijn voeten, slierten zeewier achterlatend  bij het terugtrekken. Soms was er de verleiding net zolang te blijven staan tot de terugrollende golven mij mee zouden nemen. Altijd liep ik uiteindelijk toch terug naar het strand…

Bij het luisteren naar Albatros van Fleetwood Mac hoor ik de zee weer, het wat melancholieke geroep van meeuwen, het gedempte geluid van mensen op badlakens die liggen te zonnebaden. Even verlang ik terug naar een tijd die achteraf gezien zo mooi was, maar tegelijkertijd ook zo vol pijn. De pijn van een opgroeiend meisje in een klein dorpje aan de kust, waar iedereen alles van elkaar wist en waar zij zich zo graag aan wilde ontworstelen.

Zwijmelen op zaterdag

Def Dames Dope

Omdat ik een beginneling ben op zwijmelzaterdag-gebied zijn er nog honderden liedjes waar ik iets over kan zeggen. Ja echt, honderden. Ik ben een zwijmelaar in hart en nieren, zwijmel bij van alles en nog wat. Zwijmelen bij de geur van maartse viooltjes, bij de diepviolette kleur van seringen, bij de schoonheid van de bloesems van magnolia of Japanse kers, bij de bel van de ijscoman of bij een romantische love song… 

Iets minder voordehandliggend is mijn zwijmelliedjeskeuze voor deze zaterdag: Don’t be silly van Def Dames Dope (ik moest de naam opzoeken, zo bekend is het schone lied mij). Als je alleen op de tekst af gaat, is deze song nou niet echt een tranentrekker of superromantisch. Sterker nog, sommige mensen zullen het een afschuwelijk en misschien wel schunnig liedje vinden, maar natuurlijk hoort er wel een echt zwijmelwaardig verhaaltje bij.

Mijn oudste dochter Esther, geboren in 1985, zat op een basisschool waar regelmatig speciale dingen voor de leerlingen georganiseerd werden, zoals toneelstukjes, musicals en playbackshows. Esther was een tikje verlegen, maar als ze kon zingen was haar wereld opeens gevuld met publiek en liet ze onbevangen van zich horen. Ze had een goede, heldere stem met ook nog eens een behoorlijk volume en daar wist ze met zelfbedachte ‘teksten’ (denk hierbij aan vaag Italiaans klinkende uithalen en lalala’s) de hele buurt mee te betoveren. Het klonk dan ook écht naar operamuziek! Toen ze dus op een middag uit school kwam met de mededeling dat ze samen met een vriendinnetje mee ging doen aan de playbackshow en ik informeerde naar wie en wat ze dan ten gehore zouden brengen, verwachtte ik iets als Perhaps Love in de uitvoering van Pavarotti en John Denver.

Ik zat er compleet naast. Het vriendinnetje had het nummer uitgekozen en het werd Don’t be silly van Def Dames Dope. Ze wilden natuurlijk niet alleen maar de mondbewegingen doen, ze wilden ook echt zingen. Of ik de tekst voor hen op wilde schrijven. Ik kende het schone lied niet, dus ik moest het opnemen van de radio -internet was toen nog toekomstmuziek- en het geheel regel voor regel afluisteren en noteren.

Al vrij snel klapperden mijn oren en mijn tanden deden vrolijk mee, want de tekst was nogal.. eh… niet geschikt voor jeugdige kijkertjes? Ik heb even overwogen hen op andere gedachten te brengen, maar dat niet gedaan. Waarom zou ik die onschuld vermoorden? Omdat grote mensen misschien moeite zouden hebben met de keuze van die prachtige meiden? In gedachten zie ik hen nog staan, naast elkaar op het podium, vol overgave zingend: “Hey you, don’t be silly, put a condom on your willy, yeah, yeah, yeah yeah, yeah”. Een oprechte zwijmelherinnering, hoewel de juffen en meesters er waarschijnlijk weer net als toen de slappe lach van krijgen 😉

Oh… ik keek net het clipje. Niet geschikt voor te jeugdige kijkers!

Muziek uit mijn jeugd

Let us cling together

Opgegroeid in een gezin waar De Zingende Zusjes, John Woodhouse, Westlands Mannenkoor en mijn moeder -die dag en nacht zong, vooral kinderliedjes en christelijke liederen- voor het grootste deel van de muziek zorgden, ging de muziekwereld voor mij open toen ik bij vriendinnen thuis het bestaan van andere muziek ontdekte. Arbeidsvitaminen (voor u), en Radio Veronica “één negen twee, goed idee, luister mee naar Veronica” begonnen invloed te krijgen op mijn muziekbeleving. Toen ik in 1971 (zesde klas lagere school) voor 5 gulden een transistorradiootje overnam van een klasgenoot kon ik eindelijk helemaal zelf bepalen waar ik naar luisterde. Wel met een beetje gekraak, maar tjongejonge wat een prachtige muziek bestond er! 

Ik sla gemakshalve een aantal jaar over tot 1977. Ik woonde toen intern in een ziekenhuis in Rotterdam, waar ik de intramurale opleiding verpleegkunde A begonnen was. Piepjong was ik achteraf en helemaal niet voorbereid op wat Rotterdam en de opleiding allemaal met mij zouden doen. Ik was vaak doodeenzaam, voelde me een sukkeltje in de aanwezigheid van de wereldwijze, stadse jongens en meiden met wie ik in de opleiding zat en was dolgelukkig dat Gerda er was, een dorpsgenootje dat op dezelfde verdieping als ik woonde in het zusterhuis. Muziek stond altijd aan als we vrij waren. Ik had een pick up en een radio, maar niet heel veel lp’s, dus ik leende regelmatig van Gerda. Op een emotionele avond na een weekendje thuis in ‘s-Gravenzande kwam ze langs met haar nieuwste aanwinst, A Day At The Races van Queen. Bij het nummer Teo Torriate stroomden de tranen van heimwee langs mijn wangen. Let us cling together, het was waar ik naar verlangde, together clingen met mijn ouders, zusje, broertje en niet in het minst mijn vriend.

Nu, in een tijd waarin we allemaal afstand moeten houden, is deze song opeens weer een bron van heimwee. Niet alleen naar die tijd waarin ik nog aan het begin van mijn leven stond, vol idealen en verwachtingen, maar ook naar de mensen die ik voorlopig nog niet mag knuffelen of zelfs maar bezoeken. Is dat ook zwijmelen? Ja, ik zwijmel wel op de tonen van Queen’s Teo Torriate…