Mijn vader zei altijd…

Hé ma!

De Hema dreigde voor de zoveelste keer te verdwijnen. Dat kan niet, dat mag niet. Mijn herinneringen aan de Hema mogen toch geen archiefstukken worden? Nog steeds als ik die naam in rode letters zie staan, ruik ik de allereerste keer dat ik binnen was bij een Hema. Dat zal in Den Haag geweest zijn, daar ging je statten als je in het Westland woonde. Alle grote warenhuizen bij elkaar: Vroom & Dreesmann voor schoolspullen, C&A voor kleren, De Bijenkorf om je te vergapen aan de etalages en de Hema voor ondergoed, babyrompertjes, warme worst en schrijfwaren. We gingen niet zo vaak, natuurlijk niet, want statten kostte altijd meer geld dan je dacht. Als we gingen, was het wel bijna een dagje uit, dat dan weer wel. Met de WSM van het Vaartplein in ‘s-Gravenzande naar de Varkenmarkt in Den Haag en dan lopend langs de vishandel waar je lekker kon griezelen bij de levende palingen die in bakken voor het raam spartelden, naar de Grote Marktstraat waar het winkelen kon beginnen.

WSM bus op het Wilhelminaplein in Naaldwijk

Ik weet niet meer precies wanneer, maar eind jaren zestig of begin jaren zeventig kwam de Hema dichterbij. Het was wereldnieuws in het Westland, een Hema in Naaldwijk! Voor warme worst kon je er in het begin niet terecht geloof ik, maar wel voor ondergoed, babyrompertjes en schrijfwaren 😉 En ik mocht al vrij snel na de opening met mijn vader mee om te gaan kijken. Of er echt een ander doel was dan dit wonder te aanschouwen kan ik me niet herinneren, maar wat ik nog wel weet is dat ik achterop de brommer mocht bij mijn vader en dat we de winkel helemaal gezien hebben, ook de eerste etage die volgens mij met een roltrap te bereiken was, maar van waar je moest nederdalen via een gewone trap die ergens achteraf verstopt zat.

Op die eerste etage bevond zich onder andere de schrijfwarenafdeling en toen gebeurde het mooiste van die hele dag: ik mocht iets uitzoeken, een zomaar totaal onverwacht cadeautje! Het werd een dagboek, hemelsblauw met gouden versiering voorop en een heus gouden slotje! Ik heb altijd schrijversaspiraties gehad, dus dit was de kans om mijn enerverende leven te gaan beschrijven. Dagelijks een blaadje vol met de spannendste gebeurtenissen uit mijn leven, dit móest wel mijn eerste meesterwerk worden. Zo’n dagboek dat elke uitgeverij graag zou willen uitgeven en waarvan iedereen zou zeggen: “knap hoor, zo’n jong meisje en dan al zo volwassen schrijven!”

Ik bleek niet zo’n trouwe schrijver te zijn. Al na drie of vier dagen vergat ik mijn belevenissen op te schrijven, om na een week of twee het blauwe boekje weer te zien liggen en dan maar interessante, nooit beleefde dingen te bedenken voor de ‘vergeten’ dagen en dat herhaalde zich regelmatig, met steeds langere tussenpozen.

Het zal jullie niet verbazen dat het dagboek nooit vol gekomen is…

Voor papa

3 november 1998

Vandaag zit er een kind in de trein, een kind van 39, maar eventjes weer klein: naast papa in de kerk, waar hij het hardste en mooiste zingt van iedereen, met van die prachtige galmende uithalen!

Vandaag zit er een kind in de trein, hetzelfde kind maar eventjes weer klein: door oma heel vroeg uit bed gehaald; papa staat in oma’s kamer om het hoekje van de deur en zegt met alle geluk van de wereld in zijn stem en tranen in zijn ogen:”Je hebt een broertje, een BROERTJE!”

Vandaag zit er een kind in de trein, hetzelfde kind maar eventjes weer klein: met papa mee naar de bouw; helpen kruiwagens zand sjouwen terwijl op de radio Eddy Merckx bezig is de Tour te winnen; een dood lieveheersbeestje begraven in een van papa gekregen lucifersdoosje; in de keet besmuikt kijken naar de (natuurlijk door papa’s collega’s daar opgehangen) plaatjes van blote “dames”.

Vandaag zit er een kind in de trein, hetzelfde kind maar eventjes weer klein: met papa en Petra een eind fietsen, helemaal naar het Staelduinse Bos en op de terugweg uitrusten in het gras en alle voorbijrazende auto’s bewonderen.

Vandaag zit er een kind in de trein, hetzelfde kind, niet meer klein: die stoere, sterke papa, die als een kind zo blij was met de geboorte van elk kleinkind, die elk huilend baby’tje stil kreeg, die bulderend kon lachen en bulderend boos kon zijn, die de woorden “ik hou van je” nooit tegen me uitsprak maar me in alles liet merken dat hij dat wél deed, die het vaak niet eens was met mijn keuzes of ze gewoon niet begreep maar die toch, al was het soms wankelend, achter me bleef staan, die trouwe, zorgzame papa is er opeens niet meer.

Vandaag zit er een kind in de trein, hetzelfde kind maar nooit meer “klein”. Wat zou ik er veel voor willen geven om hem nog 1 keer Annekie tegen me te horen zeggen. Papa, ik hou van je.

Vergeet-me-nietjes

Anja, 11 oktober 2002

Ikvergeetjenietjes

Langs de route naar mijn werk ligt een begraafplaats. Een begraafplaats die voor mij niet echt iets betekent. Ik heb geen mensen gekend die daar hun laatste rustplaats hebben. De mensen die ik gekend heb, waar ik van gehouden heb en die er niet meer zijn liggen allemaal ver van hier begraven.

Deze lente zag ik opeens een uitbundig bloeiende pol vergeet-me-nietjes net buiten het hek. Ze moesten wel daar groeien want binnen het hek zijn ze niet nodig. De mensen die ze daar binnen zouden zien hoeven niet herinnerd te worden aan hun dierbaren, die zijn speciaal voor hen door dat hek gegaan.

Even dacht ik dat jij ze daar had geplant zodat ik jou niet zou vergeten, even maar, totdat ik bedacht dat jij natuurlijk weet dat ik daar geen bloemetjes (onkruid zou jij zeggen) voor nodig heb.

Iedere dag stuur je me vergeet-me-nietjes: Een meneer op een brommer, buik vooruit, heersersblik: de weg is van mij; een van jouw lievelingsliederen, Glory Glory Hallelujah gespeeld door John Woodhouse, zomaar te downloaden van een nieuwsserver; mijn zelfgemaakte nasi die jij zo lekker vond; Jerry Cottons op een kraampje op de markt, zo’n beetje de enige ‘boeken’ die jij las; wakker worden van het gezang van een merel, “Moet je horen, máchtig mooi!” zei jij altijd; de cijfercode waar de deuren van de psychogeriatrische afdelingen op mijn werk mee open gaan – wat was je daar bang voor, opgesloten te worden bij de ‘ouwe-van-dagen’; dahlia’s in een tuintje; een opa met zijn kleindochter in het kinderzitje voorop de fiets; gekleurde kerstboomlampjes; Alex die net als jij altijd zonder eerst te proeven maggi in z’n soep kiepert; een zelfgemaakte molen voor een huis; een A’tje van koperdraad om op te spelden, jij kocht dat ooit voor mij en ik was het heel lang kwijt…

Lieve papa,

In de afgelopen 4 jaar ben ik maar één keer teruggeweest naar jouw ‘laatste rustplaats’. Ik ging, omdat ik weet dat jij daar waarde aan hechtte en omdat mama het graag wilde. Daar groeiden geen vergeet-me-nietjes. Dat hoeft ook niet, ik vind ze hier, 200 kilometer ver weg, iedere dag!