Voor papa

3 november 1998

Vandaag zit er een kind in de trein, een kind van 39, maar eventjes weer klein: naast papa in de kerk, waar hij het hardste en mooiste zingt van iedereen, met van die prachtige galmende uithalen!

Vandaag zit er een kind in de trein, hetzelfde kind maar eventjes weer klein: door oma heel vroeg uit bed gehaald; papa staat in oma’s kamer om het hoekje van de deur en zegt met alle geluk van de wereld in zijn stem en tranen in zijn ogen:”Je hebt een broertje, een BROERTJE!”

Vandaag zit er een kind in de trein, hetzelfde kind maar eventjes weer klein: met papa mee naar de bouw; helpen kruiwagens zand sjouwen terwijl op de radio Eddy Merckx bezig is de Tour te winnen; een dood lieveheersbeestje begraven in een van papa gekregen lucifersdoosje; in de keet besmuikt kijken naar de (natuurlijk door papa’s collega’s daar opgehangen) plaatjes van blote “dames”.

Vandaag zit er een kind in de trein, hetzelfde kind maar eventjes weer klein: met papa en Petra een eind fietsen, helemaal naar het Staelduinse Bos en op de terugweg uitrusten in het gras en alle voorbijrazende auto’s bewonderen.

Vandaag zit er een kind in de trein, hetzelfde kind, niet meer klein: die stoere, sterke papa, die als een kind zo blij was met de geboorte van elk kleinkind, die elk huilend baby’tje stil kreeg, die bulderend kon lachen en bulderend boos kon zijn, die de woorden “ik hou van je” nooit tegen me uitsprak maar me in alles liet merken dat hij dat wél deed, die het vaak niet eens was met mijn keuzes of ze gewoon niet begreep maar die toch, al was het soms wankelend, achter me bleef staan, die trouwe, zorgzame papa is er opeens niet meer.

Vandaag zit er een kind in de trein, hetzelfde kind maar nooit meer “klein”. Wat zou ik er veel voor willen geven om hem nog 1 keer Annekie tegen me te horen zeggen. Papa, ik hou van je.