Rooksignalen

hoofdstuk 1

Avond. Ik zit een beetje dromerig voor me uit te kijken in de tuin. Aan de blauwe hemel ontdek ik opeens een roze vlekje, en nog één, en nog één… Van rechts naar links trekt een stoet wolkjes langs mijn ogen. Een gefluisterde boodschap van een verliefd indiaantje: “Schatje, ik mis je.” punt “Wanneer kunnen we weer afspreken?” punt “Ik wil met jou een regendansje doen.” punt “Morgenochtend in het maisveld bij de vogelverschrikker?” punt “Daar is ruimte om te dansen” punt “Als de zon een uur aan de hemel staat ben ik daar en wacht, vol verlangen naar jouw warme armen en je koele lippen.” punt “Kusjes en knuffels van mij.” einde

Ik voel me een beetje schuldig dat ik afgeluisterd heb, maar het was wel een lieve boodschap, het lijkt me een leuk indiaantje en ik hoop dat het andere indiaantje morgenochtend op tijd bij de vogelverschrikker is.

De rooksignalen blijven best lang zichtbaar, dus ik lees alles nog eens na en zie dan opeens nóg een stoet wolkjes, onder in beeld. Als ik goed kijk schrik ik. Het is de vader van het indiaantje die zijn kind waarschuwt dat kind het niet in het hoofd moet halen afspraakjes te maken met iemand van de andere kant van het maisveld… 

Wordt vervolgd

Mijn vader zei altijd…

Hé ma!

De Hema dreigde voor de zoveelste keer te verdwijnen. Dat kan niet, dat mag niet. Mijn herinneringen aan de Hema mogen toch geen archiefstukken worden? Nog steeds als ik die naam in rode letters zie staan, ruik ik de allereerste keer dat ik binnen was bij een Hema. Dat zal in Den Haag geweest zijn, daar ging je statten als je in het Westland woonde. Alle grote warenhuizen bij elkaar: Vroom & Dreesmann voor schoolspullen, C&A voor kleren, De Bijenkorf om je te vergapen aan de etalages en de Hema voor ondergoed, babyrompertjes, warme worst en schrijfwaren. We gingen niet zo vaak, natuurlijk niet, want statten kostte altijd meer geld dan je dacht. Als we gingen, was het wel bijna een dagje uit, dat dan weer wel. Met de WSM van het Vaartplein in ‘s-Gravenzande naar de Varkenmarkt in Den Haag en dan lopend langs de vishandel waar je lekker kon griezelen bij de levende palingen die in bakken voor het raam spartelden, naar de Grote Marktstraat waar het winkelen kon beginnen.

WSM bus op het Wilhelminaplein in Naaldwijk

Ik weet niet meer precies wanneer, maar eind jaren zestig of begin jaren zeventig kwam de Hema dichterbij. Het was wereldnieuws in het Westland, een Hema in Naaldwijk! Voor warme worst kon je er in het begin niet terecht geloof ik, maar wel voor ondergoed, babyrompertjes en schrijfwaren 😉 En ik mocht al vrij snel na de opening met mijn vader mee om te gaan kijken. Of er echt een ander doel was dan dit wonder te aanschouwen kan ik me niet herinneren, maar wat ik nog wel weet is dat ik achterop de brommer mocht bij mijn vader en dat we de winkel helemaal gezien hebben, ook de eerste etage die volgens mij met een roltrap te bereiken was, maar van waar je moest nederdalen via een gewone trap die ergens achteraf verstopt zat.

Op die eerste etage bevond zich onder andere de schrijfwarenafdeling en toen gebeurde het mooiste van die hele dag: ik mocht iets uitzoeken, een zomaar totaal onverwacht cadeautje! Het werd een dagboek, hemelsblauw met gouden versiering voorop en een heus gouden slotje! Ik heb altijd schrijversaspiraties gehad, dus dit was de kans om mijn enerverende leven te gaan beschrijven. Dagelijks een blaadje vol met de spannendste gebeurtenissen uit mijn leven, dit móest wel mijn eerste meesterwerk worden. Zo’n dagboek dat elke uitgeverij graag zou willen uitgeven en waarvan iedereen zou zeggen: “knap hoor, zo’n jong meisje en dan al zo volwassen schrijven!”

Ik bleek niet zo’n trouwe schrijver te zijn. Al na drie of vier dagen vergat ik mijn belevenissen op te schrijven, om na een week of twee het blauwe boekje weer te zien liggen en dan maar interessante, nooit beleefde dingen te bedenken voor de ‘vergeten’ dagen en dat herhaalde zich regelmatig, met steeds langere tussenpozen.

Het zal jullie niet verbazen dat het dagboek nooit vol gekomen is…

Zwijmelen op zaterdag

Don McLean

Al in de tijd dat ik het jongetje met de traan op zijn wang, waarvan een ‘schilderij’ bij mijn tante boven de trap hing, en de illustraties in de boeken over Marjoleintje van het Pleintje zag als Kunst, en ik nog nooit gehoord had van Turner, Picasso of Manet, voelde ik trillingen in mijn wezen als ik werk zag van Vincent van Gogh. Vooral ‘Sterrennacht’, ‘Amandeltakken in bloei’ en ‘Zelfportret met verbonden oor’ konden mij blij maken of laten huilen. 

Toen ik in de zesde klas op de lagere school een kindvriendelijke versie van het levensverhaal van Van Gogh voorgeschoteld kreeg, leek het mij superromantisch om zo in armoede te leven en de mooiste kunstwerken te kunnen maken. Armoede, een getormenteerde ziel en talent hoorden kennelijk bij elkaar om zo’n beroemde schilder te worden. Ik tekende graag en best aardig vond ik zelf, dus wie weet zou ik dat ook ooit kunnen bereiken. Die armoede schrikte mij niet af, luxe bestond in ons gezin uit een krentenbol en een eierkoek in het weekend en onbegrepen zijn zou vanzelf wel voor die getormenteerde ziel zorgen.  Ik droomde graag groot.

Een beroemde schilder ben ik niet geworden, waarschijnlijk was mijn talent toch niet zo verbazingwekkend als ik dacht, maar ik geniet nog steeds van de schilderijen van Van Gogh en van zijn levensverhaal zoals vertolkt door Don McLean in de song die ik van begin tot eind mee kan zingen, met alle trillingen, uithalen, pauzes en intonaties die daarbij horen.

Geniet met mij mee van dit gezongen portret van Van Gogh.

Losse gedachten bij een stortbui die onze tuin blank zet

Melkdistelpluis, genomen voordat het regende
  • Zij die slome slakken wel snel genoeg om een droog heenkomen te hebben gevonden?
  • Zo niet, hebben hun huisjes dan waterschade?
  • Als ze waterschade hebben, zijn ze daarvoor verzekerd?
  • De droogrekken zijn inmiddels natrekken.
  • Hoe doen mieren dat als er een vijver boven hun deuropeningen is ontstaan?
  • Lopen hun gangetjes vol met water?
  • Kunnen mieren eigenlijk zwemmen?
  • Wat heeft hout toch een mooie kleur als het nat is!
  • Komt een werkloze gieter in aanmerking voor een uitkering?
  • We hebben een natte markies.
  • De frambozen die al rijp waren zijn tot moes gegeseld door die bui.
  • Het koelt wel fijn af nu.
Bij in frambloempje

Zwijmelen op zaterdag

Fleetwood Mac

Kennelijk zwijmel ik het makkelijkst aan het eind van de middag of begin van de avond. Ik wist vorige week al waar ik deze zaterdag bij wilde zwijmelen, maar het verhaal eromheen kreeg maar niet de juiste vorm. Nu, rust in huis want man is boodschappen doen en tv staat eindelijk uit, lijkt de sfeer opeens te komen.

Albatros, majestueuze vogel van zeeën en oceanen, van woeste wolken, blauwe luchten, kalme zee en schuimend water. Vrij, vrij als een vogel, vleugels uitslaan en zweven, eindeloos en schijnbaar moeiteloos zweven boven de ruisende golven…

Eindeloze zee

Zo vaak stond ik als meisje aan het einde van een strekdam in onze Noordzee, met tranen in mijn ogen starend naar de horizon en met mijn hele hart wensend dat ik kon vliegen, de grond los kon laten, me zorgeloos kon overgeven aan wolken, wind, ruimte. Geen touwtjes meer die mij lieten bewegen als een marionet, geen verwachtingen meer waarvan ik wist er nooit aan te kunnen voldoen, geen hartepijn meer om liefde die niet beantwoord werd, geen gedoe, gezeur, gehuil, gescheld…

Als het tij opkwam spoelden de golven om mijn voeten, slierten zeewier achterlatend  bij het terugtrekken. Soms was er de verleiding net zolang te blijven staan tot de terugrollende golven mij mee zouden nemen. Altijd liep ik uiteindelijk toch terug naar het strand…

Bij het luisteren naar Albatros van Fleetwood Mac hoor ik de zee weer, het wat melancholieke geroep van meeuwen, het gedempte geluid van mensen op badlakens die liggen te zonnebaden. Even verlang ik terug naar een tijd die achteraf gezien zo mooi was, maar tegelijkertijd ook zo vol pijn. De pijn van een opgroeiend meisje in een klein dorpje aan de kust, waar iedereen alles van elkaar wist en waar zij zich zo graag aan wilde ontworstelen.

Dominosteentje

Negen

Als ik goed geteld heb, zijn we toe aan het negende steentje. Ik vermeldde gisteren al dat het op de post was gegaan en vanmiddag kreeg ik een berichtje van de ontvanger dat ze een pakje gekregen had en dat ze dat superlief vond. Weer een goed gevallen steentje dus. Het ging hier om de dochter van de moeder die eerder al een kaart/steentje gekregen had met een sterkte- en beterschapswens omdat ze geopereerd was.

Alleen een beetje jammer dat die dochter het verrassinkje kreeg op de verjaardag van haar man, maar ik wist niet dat hij dus ook best een kaartje had mogen ontvangen. Nou ja, leermomentje: volgende keer ook de verjaardagen van de partners noteren…

Roze olifantje en hartjes voor onder de riem

Het domino-effect en meer

Een gewone donderdag in juni

Sinds eind februari dit jaar Dierenpark Amersfoort even in het nieuws was bij Hart van Nederland in verband met de drachtige olifant Indra, volg ik de kudde daar via de webcams die in en buiten het verblijf hangen. De live stream daar beschikt over een chat en als vanzelf ben ik mee gaan chatten. Op deze manier leerde ik mensen kennen met wie er een (buiten)band is ontstaan. Een paar van deze mensen zijn me heel dierbaar geworden en omdat we in de huidige virustijd allemaal, maar sommigen iets meer dan anderen, een steuntje kunnen gebruiken, ben ik begonnen met olifantjes haken. Eerst één voor iemand die heel veel over olifanten weet en waar ik veel van geleerd heb. Toen één voor een meisje in een vrouwenlichaam dat opeens geen bezoek meer mocht ontvangen en bovendien heel bezorgd was om het ongeboren kalfje en om Indra. Kort verhaal lang: er zijn nogal wat haaksels verhuisd naar allerlei plaatsen in Nederland.

Olifantje voor Alice

We zijn inmiddels met een hecht groepje en we leven innig mee met elkaars wel en wee (excuus voor het rijm). Toen de moeder van één van ons opgenomen werd voor een moeilijke operatie maakte ik een kaartje met klavertjes vier en vlinders voor die moeder en stuurde dat op. Zij was er blij mee.

Een andere lieve chatter met een eigen wijsje had een heel moeilijke periode, dus die had dringend een paars olifantje nodig. Zij werd er blij van. Fantanja is al meegeweest naar Aquazoo Leeuwarden, die kijkt voor mij goed rond in alle dierentuinen. Niet vertellen tegen dat lieve liedje, maar ik heb er een spionnefantje van gemaakt en het werkt, ik krijg honderden foto’s te zien.

Liedje, scooty en fantanja (dat paarse achterop)

In het geval van deze chatbox gaat het weer op: hoe later op de avond, hoe schoner volk. Er zit een soort nachtfilter ingebouwd, waardoor de liefste mensen over het algemeen ook de laatste (als in laat, later, laatst) zijn. De gesprekken in de nacht zijn vaak intiem, of hilarisch, of emotioneel, of ontboezemend. Toen ik mensen mijn kinderboek aansmeerde, waren er een paar (ik noem hun namen niet, want ik weet niet of ze het willen weten) die er zelfs geld voor over hadden.Voor een gemaild PDFje nog wel! Ik werd er blij van!

Hun enorme gulheid stelt me in staat nog meer olifantenliefde te verspreiden. Toen er nog een lieverd wilde betalen voor dat boekje, heb ik haar gevraagd dat geld aan iemand te geven die ook heel hard iets lekkers/leuks/liefs nodig had. De eigen wijze lieverd heeft het bedrag verdubbeld en opgestuurd namens haar en mij en de ontvanger denkt dat ze er sushi van gaat eten, maar weet het nog niet zeker. Ze werd er blij van. En herkenbaar toch, iets uit mogen geven en dan alle mogelijkheden overwegen? Bij mij blijven cadeaubonnen daarom vaak heel lang onuitgegeven, zo heerlijk om te weten dat je nog iets mag kopen!

Briefje voor Wilma
Kaartje voor Wilma

Dat zelfde wijze liedje had mijn boekje allang ontvangen (echt, ik stuur dat ding rond alsof het ’n folder van de Zeeman is), maar besloot dat zij er dan ook voor wilde betalen. Dat heb ik haar ten strengste verboden en ze zei “oké”. Wat ze wel deed was een boeket bestellen en laten bezorgen bij de dochter van de moeder die geopereerd was, zó lief! De dochter werd daar blij van.

Ik zei al dat de nachtelijke gesprekken soms heel intiem worden. Zo intiem, dat ik zelfs ter sprake bracht dat mijn zorgapotheek plotseling niet het goede incontinentieverband gestuurd had, omdat het (hopelijk tijdelijk) niet leverbaar is. Het eigen liedje en een dame met een pirrhanja als vogel boden aan me te helpen en een pak van mijn vertrouwde merk te sturen. Onzin, zo erg zijn die tafellakens nou ook weer niet, dat ik iemand anders een bult verzendkosten ga laten betalen om een ander merk op te sturen. En toen..

… stond ik vanmorgen in de keuken, net wakker, nat hoofd, toen er op het keukenraam geklopt werd. PostNL. Een pakje voor mij. Leukleukleuk! Ik ben opgenomen in de dominoreeks! Het pakje voelde… tja… wat onherkenbaar aan. Een beetje zacht, maar niet zacht genoeg voor bolletjes garen, en verder kon ik helemaal niks bedenken. Nou ja, ik zal de foto laten zien…

Tenahahahaha

Of ik hier blij van werd? Ik heb zó hard gelachen dat ik dacht: O o, mijn gevoelige blaas! Als ik naar de foto kijk lig ik weer dubbel. Ja, ik werd er blij van.

En vanmiddag is het volgende domino-blokje op de post gegaan om hopelijk iemand blij te maken. We zullen doorgaan!

Ik spoor wel!

Lente 2004

Op gevaar af dat ik half forenzend Nederland hoog de (spoor-)bomen injaag, wil ik toch een lans breken voor het reizen per trein.

Vanavond trof ik het weer. Ik mocht voor de prijs van een rit die normaal gesproken binnen anderhalf uur al voorbij is (Amersfoort – Hengelo), bijna twee en een half uur in zo’n prachtige, droge coupé zitten. Een meter of honderd voor station Wierden stond de trein opeens stil, midden in dit prachtige dorp. Vrij snel na deze onverwachte stop werd omgeroepen dat er om onbekende reden een sein op rood stond en dat er tot dan toe tevergeefs geprobeerd was contact te zoeken met iemand die wist wat er aan de hand was. Hoera, eindelijk kreeg ik de kans om op mijn gemak te genieten van het uitzicht. Links een boerderijtje, bomen in bloei, een slootje omzoomd door Hollandse kant, een paar koeien in de wei… het had slechter gekund! Juist toen ik zo’n beetje alle fluitenkruidjes, koeien en bomen bij elkaar had opgeteld, door 314 gedeeld en toen met 7 vermenigvuldigd, uit het hoofd, kwam de trein weer in beweging. Gelukkig nog niet op topsnelheid, zodat ik kon blijven genieten van een dit keer niet voorbijflitsend uitzicht. Hoewel ik zeker wist dat ik in een intercity zat, stopte de trein vervolgens op het station in Wierden. Beetje saai station. Ik vond dat plekje honderd meter ervoor boeiender.

Inmiddels waren de jeugdigen in de coupé per mobieltje contact aan het zoeken met het thuisfront om de vertraging aan te kondigen. Ook daar kan ik van genieten. Iedereen heeft zo zijn eigen manier van het vertellen van een dergelijke pech. Een meisje van een jaar of 20 belde haar vriend en zei hem maar vast de stad in te gaan omdat ze geen idee had hoelang de vertraging zou duren. Uit de voor de helft te volgen dialoog viel af te leiden dat ze niet zo heel vaak te maken had met NS-plagerijtjes. Het traject was haar kennelijk ook niet erg bekend, want ze kon niet bij benadering zeggen waar de trein zich op het moment bevond. Ze had wel honger, dat mocht ze toch wel zeggen? Al vanaf 18.30 u. onderweg en wie weet wanneer ze iets zou kunnen eten. Ze had een lief thuisfront. Haar vriend bood kennelijk aan voor een diner te zorgen, want zij bestelde Foe Jong Hai met nasi goreng; ik kreeg er ook een beetje trek van. Een tweede meisje van ongeveer dezelfde leeftijd was duidelijk meer geplaagd door de NS. Zij begon haar gesprek met:”Het is weer eens zover, we zijn er bijna, maar nog lang niet helemaal. We zijn vlakbij Almelo, maar met deze snelheid kun je Almelo wel omdopen in Utopia, even onbereikbaar. Kom me maar niet afhalen, ik neem de bus wel weer. En oh ja, ik heb wel honger, is er nog iets in huis?” De meneer achter mij, die met zijn zoontje een familiebezoekje zou gaan afleggen, belde de neef die hem niet af zou halen of die de neef die hem wel af zou halen maar waar hij het telefoonnummer niet van wist wilde laten weten dat hij het niet wist, de tijd van aankomst, vanwege een vertraging met een oorzaak die niemand wist. Hij wist trouwens wel waar we waren… in Twente, dat had zijn zoontje zojuist verteld want die zat terwijl zijn topografie te leren. En Twente ligt boven de Achterhoek en dat weer boven Salland. (Is dat zo? Ik zou het niet eens zeker weten, dat van Salland dan.)

De mevrouw die voor me zat kreeg de kriebels door al dat stilstaan. Eerst ging ze maar eens naar het toilet (hm, dat doe ik nou nooit in de trein, zo vies! Toch een minpuntje voor de NS), toen ging ze omgekeerd in haar bank zitten en begon een gesprek met mijn achterbuurman en mij . Ze klaagde erover dat het toch nooit zonder vertragingen kan bij de NS, dat je nooit hoort wat er aan de hand is, dat ze niet wist waar we waren, dat ze zich verveelde en dat ze hier helemaal gestresst van werd, maar dat hadden wij inmiddels al gemerkt. Positief als ik van nature ben, probeerde ik haar klachten te relativeren. Ik reis vrij vaak met de trein en ik denk dat ik gemiddeld misschien twee keer per jaar een echte vertraging meemaak. Okee, vertragingen van minder dan een half uur tel ik niet mee. En er was toch net omgeroepen dat het personeel op deze trein ook niet wist waarom dat sein op rood bleef staan? Dat is al heel wat, dan weet je tenminste dat je niet de enige bent die het niet weet. Dat ze niet wist waar we waren kon ik haar niet kwalijk nemen. Toen dat omgeroepen werd, zat zij net op het toilet en misschien is daar de omroepinstallatie iets minder duidelijk. Ik vertelde haar dus maar dat we vlak voor Wierden stonden. Aan die verveling waren we al iets aan het doen, praten namelijk, en tegen dat stressen helpt iets doen ook, dus daar waren twee klachten in één klap verholpen toch? Ze kon gelukkig wel lachen.

Inmiddels werd er omgeroepen dat er een ernstige sein- en wisselstoring was in Almelo en dat het nog onbekend was hoelang het zou duren voor we verder konden reizen maar dat er voorlopig nog geen schot in leek te zitten. Direct na deze aankondiging zette de trein zich weer in beweging (afgeschoten?) en werd er omgeroepen dat we zoals het er naar uitzag -zij het met aangepaste snelheid- toch verder konden naar Almelo. Die aangepaste snelheid kwam mij wel goed uit, zo kon ik blijven genieten van de vertraagd voorbijkomende weiden, bosjes en slootjes. Ik wist het al, maar nu werd dat weten nog eens bevestigd: Twente is de mooiste streek van Nederland en daar geniet je het meest van als je er per trein met de snelheid van een fiets doorheen kunt trekken. Ik vond het bijna jammer dat we na Almelo weer in normaal tempo verder konden. Van mij had die trein er op dat stukje wel een kwartier langer over mogen doen. Ik had nog 20 minuten voordat de bus van een uur later zou gaan…

Zwijmelen op zaterdag

Def Dames Dope

Omdat ik een beginneling ben op zwijmelzaterdag-gebied zijn er nog honderden liedjes waar ik iets over kan zeggen. Ja echt, honderden. Ik ben een zwijmelaar in hart en nieren, zwijmel bij van alles en nog wat. Zwijmelen bij de geur van maartse viooltjes, bij de diepviolette kleur van seringen, bij de schoonheid van de bloesems van magnolia of Japanse kers, bij de bel van de ijscoman of bij een romantische love song… 

Iets minder voordehandliggend is mijn zwijmelliedjeskeuze voor deze zaterdag: Don’t be silly van Def Dames Dope (ik moest de naam opzoeken, zo bekend is het schone lied mij). Als je alleen op de tekst af gaat, is deze song nou niet echt een tranentrekker of superromantisch. Sterker nog, sommige mensen zullen het een afschuwelijk en misschien wel schunnig liedje vinden, maar natuurlijk hoort er wel een echt zwijmelwaardig verhaaltje bij.

Mijn oudste dochter Esther, geboren in 1985, zat op een basisschool waar regelmatig speciale dingen voor de leerlingen georganiseerd werden, zoals toneelstukjes, musicals en playbackshows. Esther was een tikje verlegen, maar als ze kon zingen was haar wereld opeens gevuld met publiek en liet ze onbevangen van zich horen. Ze had een goede, heldere stem met ook nog eens een behoorlijk volume en daar wist ze met zelfbedachte ‘teksten’ (denk hierbij aan vaag Italiaans klinkende uithalen en lalala’s) de hele buurt mee te betoveren. Het klonk dan ook écht naar operamuziek! Toen ze dus op een middag uit school kwam met de mededeling dat ze samen met een vriendinnetje mee ging doen aan de playbackshow en ik informeerde naar wie en wat ze dan ten gehore zouden brengen, verwachtte ik iets als Perhaps Love in de uitvoering van Pavarotti en John Denver.

Ik zat er compleet naast. Het vriendinnetje had het nummer uitgekozen en het werd Don’t be silly van Def Dames Dope. Ze wilden natuurlijk niet alleen maar de mondbewegingen doen, ze wilden ook echt zingen. Of ik de tekst voor hen op wilde schrijven. Ik kende het schone lied niet, dus ik moest het opnemen van de radio -internet was toen nog toekomstmuziek- en het geheel regel voor regel afluisteren en noteren.

Al vrij snel klapperden mijn oren en mijn tanden deden vrolijk mee, want de tekst was nogal.. eh… niet geschikt voor jeugdige kijkertjes? Ik heb even overwogen hen op andere gedachten te brengen, maar dat niet gedaan. Waarom zou ik die onschuld vermoorden? Omdat grote mensen misschien moeite zouden hebben met de keuze van die prachtige meiden? In gedachten zie ik hen nog staan, naast elkaar op het podium, vol overgave zingend: “Hey you, don’t be silly, put a condom on your willy, yeah, yeah, yeah yeah, yeah”. Een oprechte zwijmelherinnering, hoewel de juffen en meesters er waarschijnlijk weer net als toen de slappe lach van krijgen 😉

Oh… ik keek net het clipje. Niet geschikt voor te jeugdige kijkers!