Een bedeltje

Uitgelicht

Hoeveel meisjes hadden vroeger geen bedelketting of -armbandje? Ik had allebei en de ketting heb ik nog steeds, het armbandje ben ik helaas al vrij snel nadat ik het kreeg kwijtgeraakt bij mijn opa en oma in een bergje grasmaaisel. Denk ik. Ik heb zojuist opgezocht waar die naam, bedelketting of bedelarmband, vandaan kwam. Het blijkt dat iemand de bedeltjes aan je armband pas mocht bekijken als diegene je een nieuwe bedel gaf, of beloofde er één voor je te kopen.

Aan mijn bedelkettinkje hangt een olifantje. Olifanten zijn al zolang ik me kan herinneren mijn favoriete dieren, dus logisch dat ik ook een zilveren dikhuidje-met-slurf aan dat kettinkje had. (Hier had ik een foto van mijn ketting willen neerzetten, maar ik kan ‘m niet vinden… misschien aan één van mijn dochters gegeven?) Daar heb je de verbinding naar waar ik dit stukkie eigenlijk over wil schrijven: olifantenbedeltje. Dit is een olifantenbedel, maar dan niet één die aan een kettinkje of armbandje kan.

Al een aantal maanden volg ik de olifanten die in Dierenpark Amersfoort wonen via de webcams in de stal en in hun buitenspeelplek. Prachtige dieren, een mooie familie en ik word er steeds weer blij van als ik hen zie. Ik ben op 23 juli jl zelfs bij hen op bezoek geweest, echt een feest om van dichtbij War War, Indra, Kina en kleuterpuber Thabo te zien en te horen. Thabo wordt deze maand 3, maar hij doet graag alsof hij al een grootgegroeide, stoere bul is.

Door de corona-maatregelen zijn veel dierentuinen (onder andere, onder helaas veel andere) in zwaar weer terechtgekomen. Een poosje helemaal gesloten voor bezoekers en nog steeds niet op volle kracht mogen ontvangen zorgt voor snel leeglopende spaarpotjes. Daarom heeft een olifantencamvriedin/dierentuinliefhebber/medeblogster een nieuw spaarpotje gemaakt, waarin ‘we’ geld bij elkaar willen krijgen om Dierenpark Amersfoort en dan de olifanten in het bijzonder een beetje te helpen. Ziedaar mijn nieuwe vorm olifantenbedel! Je hoeft niet te betalen voor het kijken naar de foto’s die ik heb van de olifantenfamilie, maar een bijdrage in het spaarpotje zou geweldig zijn.

Olifantenfoto's
Thabo en zijn papa Maurice

Als je op de foto klikt kun je mijn olifantenfoto’s bekijken en als je kijkt bij het blog van Melody, waarin zij vertelt hoe je ook een duit in het potje kunt doen. Hopelijk kunnen wij met elkaar zorgen voor bijvoorbeeld een olifantenverjaardagstaart voor ‘kleine’ Thabo.

Zwijmelen

Een aantal weken geleden werd in de familie een muzikantje geboren. Tenminste, dat hij muzikaal is ga ik van uit. Zijn vader is zanger/gitarist/componist en zijn moeder is een symfonie van schoonheid, gratie en vriendelijkheid. Dit mooie jongetje, hun gezamenlijke compositie, heet Fender Rae. Ik was graag heel persoonlijk gaan feliciteren, maar dat is in deze tijd niet zo heel verstandig, dus ik heb een heel persoonlijk felicitatiekaartje gemaakt, er een heel lieve knuffel bij gehaakt en dat meegegeven met de heel geweldige oma van het heel kleine muzikantje.

Felicitatiekaartje

Kort daarna zag ik dat Remco, de zanger/gitarist/componist/vader, een prachtig nummer voor zijn zoon geschreven en opgenomen heeft. Misschien niet de doorsnee zwijmel, maar ik kan het niet laten het nummer met jullie te delen. Er zit zoveel soul in dit lied, en zoveel liefde, daar ga je vanzelf bij zwijmelen.

Ik heb toestemming van de ouders om de foto’s die zij speciaal voor mij gemaakt hebben aan jullie te laten zien. Hoe lief is dat 😉

Fender en knuffie
Fender zwijmelt bij knuffie 😉

Natuurlijk hoop ik stiekem dat het zijn lievelingsknuffel wordt 😉

Trotse torens

Het is alweer 19 jaar geleden, de verwoestende aanslagen in de Verenigde Staten. Veel medemensen leven nog steeds met de gevolgen van wat onbegrijpelijk blijft.

trotse torens

bruggen naar de hemel

onbegrijpelijk geweld

de torens geveld

de bruggen een poort:

voor velen naar de hel

de hel van het leven

leven met de pijn van verlies

met de pijn van verminkt te zijn;

voor de doden een poort

toch naar de hemel

God, heb erbarmen.

Anja, 13 september 2001

Gezinnetje

Onder de schoonmaakmiddelenplank in het toilet woont al heel lang onze huisspin Gaby. Soms zit ze onderaan bij de tegeltjesvloer, soms maakt ze een uitstapje naar het plafond en soms loopt ze een rondje over de deur, maar ze gaat altijd terug naar het hoekje aan de rechterkant onder het plankje. Als ik op mijn gemak zit daar, kijk ik altijd een poosje naar haar verschillende bezigheden. Ze weeft wel eens een ragje of wat, wiebelt ook regelmatig zomaar wat met haar superslanke, elegante spinnenpoten, maar meestal zit ze vrij onbeweeglijk alleen maar zo’n beetje te suffen.

Een tijdje geleden zag ik opeens nog een spin. Zelfde bouw, maar een paar maatjes kleiner. Ik vroeg me af of Gaby een vriendje had, dat zou wel gezellig zijn voor haar. Er was in ieder geval wel een klik tussen Gaby en het vriendje. Ze leken nogal om elkaar heen te hangen en soms zag ik ze echt naar elkaar kijken. Helaas, na een paar dagen was het vriendje verdwenen. Ik weet zeker dat hij niet in de stofzuiger terecht gekomen is, want ik heb dat ding al een poosje niet aangeraakt.

Vorige week zag ik iets geks aan Gaby. Het leek alsof ze haar hoofd verloren was en dat haar koppie een paar millimeter verderop in haar ragje hing. Ik heb er niet veel aandacht aan besteed, spinnen doen wat spinnen moeten doen en als het hoofd verliezen erbij hoort, so be it. Later leek ze toch weer gewoon een complete spin. Tot ik vanavond weer eens op mijn gemak zat en Gaby begroette en bekeek. Dat bolletje, waarvan ik even gedacht had dat het haar bolletje was, blijkt een klein kluwentje spinnetjes geworden te zijn. Piepkleine baby’s van Gaby en vermoedelijk het op mysterieuze wijze verdwenen vriendje. Met aandacht heb ik toe zitten kijken hoe Gaby heel voorzichtig met haar poten de baby’s voorzichtig leek te aaien, zelfs met haar (gelukkig nog vastzittende) kopje kusjes leek te geven. 

Ik denk dat ik maar eens ga zoeken naar een ander plekje in huis voor het spinnengezin, want binnenkort komen er werklui het toilet vernieuwen. Dan moet het schoonmaakmiddelplankje er uit en dat zou een ontijdig en ruw einde betekenen van mijn huisspingezin.

Zwijmelen 05

Daar zit ik nou. Helemaal klaar om te gaan zwijmelen en opeens schiet alles weg. Geen idee wat ik wil schrijven over het nummer dat ik uitgekozen heb. Ja, ik weet wel iets, maar dat mag ik eigenlijk niet vertellen. Misschien lukt het me om heel omzichtig en wazig te blijven schrijven, zodat het net lijkt alsof ik niks verteld heb? Sommige mensen zijn daar heel goed in, die kunnen uren praten zonder dat je in de gaten hebt dat het in feite nergens over gaat. Best een uitdaging om dat zelf ook eens te proberen… en hopen dat er niemand gaat zeggen dat ik altijd al veel te lang over niks kan doorzeuren 😉

Even een aanknoopje vinden… kijk, daar is het al. Een knoopje. In een draadje. Ik ben aan het haken, draadjes dus! Niet zomaar iets aan het haken, maar een heel speciaal dekentje. Met alleen maar blije, positieve en liefdevolle gedachten er in want het wordt voor een heel speciaal iemandje. Tijdens het haken probeer ik alle geluiden om mij heen te vervangen door muziek die iets voor mij betekent: me blij maakt, herinneringen geeft, vrolijk maakt, waar voor mij veel hart en ziel in zit dus. Ik heb een lijstje met een aantal joetjoepjes en dat lijstje wordt bijna dagelijks aangevuld door mij en door iemand die weet voor welk speciaal iemandje het dekentje wordt, met wie ik veel herinneringen en muziek deel en die het met mij eens is dat er alleen maar mooie gedachten meegehaakt mogen worden.

Het bijzondere van het nummer waar ik vandaag bij zwijmel, is dat degene die nu intern zorgt voor het speciale iemandje en dat over een paar maanden ook extern gaat doen, deze muziek regelmatig afspeelt voor het iemandje. Toen ik zelf zorgde voor mijn eerste interne iemandje zijn de iemand met wie ik het lijstje aanvul en ik naar een concert geweest van deze in die tijd (en misschien nu nog wel) bekende groep. Dat eerste iemandje van hem en mij is een blij, sociaal iemand geworden en dat wens ik het nieuwe iemandje van harte toe.

Hehe, dit was een zware bevalling, maar ik geloof dat het me gelukt is superwazig en omzichtig te blijven.

O ja, het zwijmelnummer is Sultans of Swing van Dire Straits. Geniet!

Voor meer zwijmels kun je je hart ophalen bij

Tasja 

Spelletje

Jaren geleden ben ik begonnen met een online spelletje te spelen. Dat was in de periode dat ik tijd genoeg had om me te vervelen. Eigenlijk is het best een dom spelletje. Je kunt er niet veel, behalve van alles bouwen, leeg laten lopen, zoeken en weer opnieuw bouwen, of avonturen spelen met generaals en vechtersbazen in soorten en maten tegen boeven in allerlei soorten en maten die in vijandige kampjes zitten. Ik heb me laten verleiden door de naam en de plaatjes in de introductie. Die deden me denken aan een computerspelletje dat ik graag speelde. Helaas hield de overeenkomst op bij de plaatjes. Voor wie het graag wil weten, het heet The Settlers Online.

Begon ik met dit spelletje op een Nederlandse server, al snel vond ik dat er nog meer verveeltijd te verslaan was, dus maakte ik op een Engelse server ook een account aan. Daar kon ik iets sneller spelen omdat ik natuurlijk al wat ervaring had. Het was in het begin ook best leuk, er viel genoeg te ontdekken en er waren regelmatig speciale evenementen, waarbij je bijzondere generaals, gebouwen of andere meer of minder nuttige dingen kon verdienen. Die evenementen vergen wel veel aandacht en tijd, meer tijd dan ik te vervelen had. Vaak duurden ze een paar weken en dan was het zaak om zoveel mogelijk ‘online’ te zijn, zodat je alle queestes kon doen en zoveel mogelijk speciale items kon bemachtigen. Daardoor leek het of er tussen de evenementen door extra verveeltijd kwam, dus ach, ik kon er nog wel een server bij nemen. Een Duitse. Wat haalde ik me in mijn hoofd en op de hals? Nou, nog meer verveeltijd. Dus nog een server. Een Amerikaanse.

En nu lijkt mijn jaar beheerst te worden door de verschillende Settlers-evenementen. Er is een Valentijnsevenement, een Paasevenement, een Voetbalevenement, een Verjaardagsevenement, een Halloweenevenement en een Kerstevenement. Als er even geen evenement is, bedenken de jongens van Settlers wel een Speciale Missieperiode. Op dit moment is het Verjaardagsevenement aan de gang. En nou ben ik het zó zat! Ik heb geen vrije minuut meer, ‘moet’ alsmaar bouwen, slopen, vechten, tellen, aanklikken of zoeken. Er komt geen creativiteit aan te pas, behalve bij de inrichting van je stukje land, je kunt met gebouwen en veldjes schuiven.

Ik speel dus met gróte tegenzin. Ik zit mopperend avonturen te starten op vier verschillende servers, fronsend items aan te klikken op die vier landjes, ongeïnteresseerd handel te drijven om kaarsen of cakebeslag te krijgen, op de automatische piloot taarten te maken van die kaarsen en cakebeslag en ondertussen ligt er allerlei leuk haakwerk(loos), schieten er verhaaltjes, leuke woorden of zinnetjes door mijn hoofd en rammelt mijn maag. Waarom speel ik eigenlijk nog steeds? Nou… mijn partner speelt dit spel ook en is geneigd nog harder te mopperen tegen mij als ik niet speel dan ik tegen mezelf als ik wel speel. Peer pressure heet dat geloof ik. Toch ben ik een keer in opstand gekomen. Ik speel niet, echt nu niet en nooit NIET op de Franse server! Daar moet hij het maar alleen oplossen *grijns*

Zwijmelen op zaterdag

Crosby, Stills, Nash & Young

Zonder in al te veel details te treden wil ik een stukje van mijn leven delen. Ik ben opgegroeid in een klein dorpje (met stadsrechten, dat dan weer wel) in het Westland. Heel beschermd als oudste kind in een traditioneel arbeidersgezin: vader, moeder, een zusje en een broertje. Mijn vader werkte lange dagen, mijn moeder was chronisch ziek en lag vaak in het ziekenhuis, mijn zusje was veel schattiger om te zien dan ik en mijn broertje was een nakomertje, de lieveling van het hele gezin. Als oudste moest ik vanzelfsprekend de wijste zijn, mijn zusje mee laten spelen, met mijn broertje wandelen en vanaf tamelijk jong meehelpen in huis. O, niks heftigs hoor, ik heb beslist achteraf een mooie jeugd gehad, hoewel dat toen misschien niet altijd zo voelde. Eigenlijk nogal doorsnee. Daar zit een beetje de kneep, dat doorsnee… 

Ik was wat genoemd werd pienter en kon vrij snel lezen en schrijven. In mijn eerste rapport schreef de juf met uitroeptekens: Anja kan al een opstelletje schrijven!!! Lezen deed ik alles wat los en vast zat, van straatnaambordjes tot de overlijdensadvertenties in het kerkblad. Natuurlijk had ik boeken, ik kan me bijna geen andere cadeautjes herinneren uit die tijd dan boeken en er was een bibliotheekje van de Gereformeerde Kerk waar ik lid van heb mogen worden (en dat was best bijzonder, wij waren Nederlands Hervormd…). Mijn moeder hield ook van lezen en had veel boeken. Dat waren lange tijd natuurlijk verboden vruchten, maar hé, wat kan er nou voor raars zijn met woorden in boeken? Ik las dus van alles, ook dingen die ik niet echt begreep, maar die me hogelijk intrigeerden. Waarschijnlijk was ik daardoor een beetje pedant, vroegrijp maar tegelijkertijd supernaïef meisje, dat niks liever wilde dan die prins op het witte paard uit al die romans tegenkomen om met hem (zonder paard, ik heb niks met paarden) en een stel kindertjes oud te worden. “… en ze leefden nog lang en gelukkig”. 

Een maand voor mijn 16de verjaardag kreeg ik verkering met Hans. Vanaf de eerste zoen wist ik dat hij mijn prins was. Het enige ros dat hij had was van staal en dat vond ik een enorme opluchting. Geen gedoe met stallen en draven. Doordraven was meer mijn ding. Ik was semi-professioneel olifantenmaker – van muggen natuurlijk -, dreef graag over, had last van mezelf aangeprate fobieën zoals die voor spinnen, en kon belevenissen nét dat beetje extra geven als ik ze vertelde. Mijn zusje zou later zeggen dat ik nogal een drama-queen was… Hans en ik hadden dan ook niet echt een kalme en soepele verkeringstijd. We hielden van elkaar, dat was wél zeker. 

25 november 1980 was onze trouwdag. Koud, winderig, maar wat een prachtige dag! Allebei vanuit huis getrouwd, niet eerst samengewoond of zo, maar toen dus eindelijk samen in ons knusse huisje met een grote open haard, drie slaapkamers en een postzegelgroot plaatsje achter, in een autovrij straatje in Maassluis. Overdag werkten we, ‘s avonds genoten we van ons huisje en elkaar en in de weekends hadden we vaak vrienden over de vloer. Na een tijdje kwamen er twee katten bij ons wonen. In 1985 werd onze eerste dochter geboren, in 1989 onze tweede dochter. We waren een heel gelukkig, open en warm gezin. Maar… natuurlijk is er een maar. Opeens was het niet meer genoeg voor mij. Ik was niet ongelukkig, maar ook niet himmelhoch jauchzend. Niet ontevreden, maar ook niet helemaal tevreden. Niet helemaal overbodig, maar ook niet meer echt nodig, niet voor Hans in ieder geval, dacht ik. Ik scheurde ons gezinnetje in tweeën: Myriam verhuisde met mij mee naar Hengelo en Esther bleef bij Hans in Maassluis wonen. 

En nu… Als ik terugdenk aan die tijd is er een soort heimwee, een melancholiek gevoel dat die tijd als gezin definitief achter ons ligt. Een gevoel van schuld dat ik ‘ons’ verdeelde. Maar vooral een gevoel van dankbaarheid dat we het zo goed gehad hebben. 

De tijd in Maassluis is weer tastbaar voor mij als ik ‘Our house’ van Crosby, Stills, Nash & Young hoor…

Generatieravijn

10-08-2020

Ik zat zojuist buiten te genieten van de zon, toen het buurjongetje van 4 en een vriendje van dezelfde leeftijd bezit gingen nemen van het zwembad in de tuin van de buren. Een plons, nog een plons, ze waren ‘door’. Normaal begin van de waterpret dus. Maar toen…

“We hebben 5 leffels, ja?”

“Nee, 10.”

“Eerst 5, dan 10.”

“Oké”

Een paar minuten gespetter, gekwebbel, geplons, en dan opeens: “joer ded!” 

“Oh… maar ik heb nog foor laifs over toch?”

“Ja, ik nog faif en na toe kils heb ik een levelup.”

“Nou, maar nou gaan we verder en dan kil ik jou, oké?”

Weer een poosje spetteren en plonzen, en “peng peng”, en “pieeeeeew”, en buurman die roept dat ze niet zo hard moet springen want dat al het water eruit gaat en dat hij niet meer bij gaat vullen. 

“Ja, ja, ik heb je nog een keer gekilt!”

“Nooooo, dat is niet eerlijk, het was maai turn!”

“Nou moet je poosjun nemen, dan kan ik je weer killen. Stend up.”

“Echt nie, ik doe niet meer mee.”

“Waai not?”

“Joe sjiet!”

“Wat een kereltje ben je toch.”

Huh? Wat? Mijn hersens draaien op volle toeren, ik herken dat spel niet. Onze spelletjes in het zwembadje waren spetteren, je hoofd zo lang mogelijk onder water houden terwijl vriendinnetje of zusje telde, en met gietertje en emmer water verplaatsen van badje naar tuin.

Natuurlijk snap ik het wel. Wat zich afspeelt bij de buren is een computergame (zo te horen een first person shooter), verheven tot een real live spel met kleine jongetjes en een groot bad vol water.

Is dit nou een ‘generatieravijn”?

Recept 01

Mijn blog dus mag ik plaatsen wat ik wil, toch? Dan dus ook recepten, want koken hoort wel tot mijn hobby’s, hoewel ik niet zo vaak meer in de keuken sta.

Dit is een geweldige salade om al een dag van tevoren te maken, dan kunnen de smaken goed intrekken en is ’t een lekkere koude hap voor warme dagen.

Maaltijd-aardappelsalade van Anja (4 personen)

Ingrediënten:

  • 1 kg vastkokende aardappelen
  • 1 grote rode paprika
  • 150 – 200 g reepjes of blokjes gerookt ontbijtspek
  • 2 a 3 sjalotjes (of een grote ui)
  • 375 g worst, dit kan rookworst, knakworst, gare braadworst of Duitse worst (Berliners) zijn
  • 3 a 4 flinke zoetzure augurken
  • 4 hardgekookte eieren
  • 4 el mayonaise
  • 3 el griekse yoghurt
  • peper naar smaak
  • klein scheutje augurkennat
  • 1 el (dille)mosterd

Bereiden

  • Schil de aardappels en kook ze in een laagje water met wat zout in ongeveer 20 min (vanaf dat ze koken) beetgaar. Giet af, laat goed afkoelen en snij in plakjes (dit kan al een dag vantevoren)
  • Bak de spekreepjes zachtjes uit en laat afkoelen
  • Verwarm de worst volgens de aanwijzing op de verpakking, laat afkoelen en snij in plakjes
  • Roer ondertussen een sausje van de yoghurt, mayo, augurkennat, mosterd en peper
  • Snij de paprika en de augurken in kleine blokjes en snipper de sjalotjes redelijk fijn
  • Pel de eieren en snij in plakjes of kleine stukjes
  • Gooi alles in een grote afsluitbare schaal, schep voorzichtig door elkaar en zet een paar uur in de koelkast om de smaken goed in te laten trekken.

Eet smakelijk!

Rooksignalen

hoofdstuk 1

Avond. Ik zit een beetje dromerig voor me uit te kijken in de tuin. Aan de blauwe hemel ontdek ik opeens een roze vlekje, en nog één, en nog één… Van rechts naar links trekt een stoet wolkjes langs mijn ogen. Een gefluisterde boodschap van een verliefd indiaantje: “Schatje, ik mis je.” punt “Wanneer kunnen we weer afspreken?” punt “Ik wil met jou een regendansje doen.” punt “Morgenochtend in het maisveld bij de vogelverschrikker?” punt “Daar is ruimte om te dansen” punt “Als de zon een uur aan de hemel staat ben ik daar en wacht, vol verlangen naar jouw warme armen en je koele lippen.” punt “Kusjes en knuffels van mij.” einde

Ik voel me een beetje schuldig dat ik afgeluisterd heb, maar het was wel een lieve boodschap, het lijkt me een leuk indiaantje en ik hoop dat het andere indiaantje morgenochtend op tijd bij de vogelverschrikker is.

De rooksignalen blijven best lang zichtbaar, dus ik lees alles nog eens na en zie dan opeens nóg een stoet wolkjes, onder in beeld. Als ik goed kijk schrik ik. Het is de vader van het indiaantje die zijn kind waarschuwt dat kind het niet in het hoofd moet halen afspraakjes te maken met iemand van de andere kant van het maisveld… 

Wordt vervolgd